Doorontwikkeling

Kringlooplandbouw als een gewenste richting naar duurzame landbouw staat aan de basis van de landbouwvisie van de huidige regering.

Kringlooplandbouw maakt het mogelijk concreet stappen te zetten in verschillende maatschappelijke dossiers. Het vormt de basis voor gezond voedsel, de circulaire economie, het herstel van biodiversiteit, koolstofvastlegging, klimaatadaptatie en water- en luchtkwaliteit. Er worden verschillende initiatieven ontplooid rond kringlooplandbouw waardoor het soms onduidelijk is wat precies het handelingsperspectief is en tot welke winst het leidt. Ook is het nog niet duidelijk hoe kringlooplandbouw daadwerkelijk kan worden gestimuleerd en welke beleidsmaatregelen kunnen bijdragen aan een  omschakeling naar kringlooplandbouw en hoe deze ook getoetst kunnen worden. Het voorstel is om een praktijkgericht innovatieprogramma rondom kringlooplandbouw op te zetten.

Praktijkgericht innovatieprogramma kringlooplandbouw

Al meer dan 20 jaar ontwikkelt een netwerk van kringloopboeren, adviseurs en onderzoekers kennis en expertise over kringlooplandbouw en heeft daarin de nodige successen geboekt. Deze website laat dat zien. Kringloopboeren scoren aantoonbaar beter op de kwaliteit van water, bodem en landschap, op biodiversiteit en diergezondheid. En belangrijker: ze realiseren dat met een (fors) lagere kostprijs. Vanuit deze ervaring en kennis is het mogelijk om invulling te geven aan het Regeerakkoord en aan de verduurzaming van de landbouw in Nederland. Het vormt ook de basis om verder te ontwikkelen naar natuurinclusieve landbouw. In dit voorstel wordt nader uitgewerkt wat hiervoor nodig is.
Het begint met het doel voor 2030 en de stappen die nodig zijn om daar te komen. Vervolgens wordt de huidige status van de kringloop landbouw beschreven. Tot slot wordt aangegeven wat aan kennisontwikkeling nodig is, hoe implementatie kan worden versterkt en waarmee en hoe e.e.a. gemonitord kan worden.

De ervaring van kringloopboeren tot nog toe is dat:

  • Er binnen het beleid een groot gebrek is aan samenhang tussen het N (ammoniak, nitraat), P (fosfaat), C (klimaat) -en voedselbeleid. Dit heeft tot gevolg dat de overheid geen consistente koers vaart ten gunste van kringlooplandbouw. Bovendien frustreert het huidige beleid bodemherstellende maatregelen die kringloopboeren voorstaan;
  • De huidige landbouwpraktijk heeft onvoldoende oog voor de kwaliteit van onze voedselproductie, bijvoorbeeld voor het verlies aan mineralen en spoorelementen in onze bodems;
  • Het huidige beleid is sterk gebaseerd op end-of-pipe oplossingen zoals stalsystemen en zodebemesting. De kwaliteit van de mest voor de bodem en uiteindelijk ons voedsel staat daarin niet centraal;
  • Er is grote behoefte aan meer onafhankelijke kennis op het boerenerf om kringlooplandbouw succesvol te implementeren. Kennis over rassen, rantsoenen, mestkwaliteit, bouwplannen, bodembeheer, fokkerij, gras-klaverteelt, compostering, spoorelementen, enz.;
  • De huidige bedrijfsontwikkeling sluit onvoldoende aan bij gebiedsopgaves en de inrichting van gebieden, met elk hun specifieke bodem- en landschapskenmerken;
  • Er blijft behoefte aan experimenteerruimte, met name binnen de stikstof-wetgeving, om kringlooplandbouw lokaal goed toe te kunnen passen.
  • Er zijn veel regionale en provinciale initiatieven maar die opereren los van elkaar.

In een samenhangend praktijkgericht innovatieprogramma willen we in diverse regio’s van Nederland, met een serie uiteenlopende kringloopboeren, onderwijs- en kennisinstellingen, bestaande netwerken, overheden en bedrijfsleven van start gaan.

Doel 2030
Het doel van dit voorstel is invulling te geven aan de beleidsvisie van het ministerie LNV en daaraan gekoppelde nationale en internationale beleidslijnen. Hierbij gaat het om integrale doelen t.a.v. voedsel, landbouw, natuur, landschap, biodiversiteit, ecosysteemdiensten en klimaat.

Handelingsperspectief
Kringlooplandbouw wordt toegepast in zowel de veehouderij als ook de akkerbouw en combinaties ervan. De basis voor kringlooplandbouw is gesloten kringlopen met voer- en mest afzet en gebruik in een regio, agrobiodiversiteit bevorderen en inzetten en landschapskwaliteit behouden. Er is door diverse kringloopboeren en de daaromheen functionerende netwerken al jaren lange ervaring wat geresulteerd heeft in maatregelen en handelingsperspectief. Dit is echter nog maar beperkt vertaald in indicatoren, instrumenten, educatie, etc.

Voorstel

  1. Het portretteren van een serie van (zeg 100) uiteenlopende kringloopboeren (de koplopers) en deze met cijfers te onderbouwen. Verschillende strategieën naar kringlooplandbouw, verdeeld over Nederland, en verdeeld over verschillende regio ’s en sectoren nauwkeurig in beeld en kaart gebracht. Van deze 100 beschrijven (afbakenen) we kringlooplandbouw en portretteren we de kringloopboeren, zodat duidelijk is wat kringlooplandbouw wel en ook wat het niet is. Hieruit komt ook naar voren tegen welke belemmeringen kringloopboeren in de praktijk tegen aan lopen (bijvoorbeeld op het gebied van tegenstrijdige regelgeving, maar ook qua kennis en integrale aanpak), en waar de meerwaarde van kringlooplandbouw in de praktijk uit voortkomt.
  2. Op de bedrijven worden naast (meerjaren) kringloopwijzercijfers en biodiversiteitsmonitorgegevens, slimme metingen uitgevoerd. Denk aan biodiversiteitsscore, bodemconditie, koolstofvastlegging, gewaskwaliteit, microbiologische cyclus, nitraatcheck, diergezondheid, voedselkwaliteit, etc. Daarnaast zal het bedrijfsinkomen in beeld worden gebracht. Met dit onderzoek wordt het handelingsperspectief gekwantificeerd en wordt de meerwaarde maar ook de moeilijkheden geduid. Het vormt ook de basis voor de toetsing en verdere verfijning (praktijk) van instrumenten zoals de Kringloopwijzer en de daaraan gekoppelde Biodiversiteitsmonitor. [N.B. dit vormt ook de kwantitatieve basis onder het uitwerken van mogelijke scenario’s bij de verdere vergroening van het GLB, zoals we dat onder (6) beschrijven.]
  3. Het ontwikkelen en uitbouwen van nieuwe verdienmodellen rondom kringlooplandbouw.
  4. Lange termijn onderzoek naar de kwaliteit van ecosysteemdiensten, voedselkwaliteit en gezondheid. Hier is een mooie plaats om de vierslag gezonde bodem-gezond gewas-gezond voedsel/voer-gezonde consument/vee een plaats te geven. Dat vraagt wel een substantiële inspanning en een fundamentele aanpak.
  5. Binnen uiteenlopende experimenteergebieden wordt een meerjarenprogramma voor opgesteld, met daarin: boerengroepen, onderlinge bezoeken, praktijkcursussen, kennisuitwisseling, tbv implementatie Kringlooplandbouw. Maar ook bedrijfsplannen, schema voor verdere implementatie, etc. We denken aan voorloopgebieden waar al netwerken actief zijn, zoals in: Midden-Drenthe, Westerkwartier, Friese Wouden, Onderholt, Ijsseldelta, Gelderse Vallei, Midden Delfland, Midden-Brabant (Duinboeren), Zegveld en de Lopikerwaard, bij Water, land en Dijken, Midden –Limburg,  Zeeuws-Vlaanderen, de Veenkoloniën en bij diverse landgoederen.Binnen deze gebieden wordt vanuit het bestaande netwerk een bredere groep melkveehouders en akkerbouwers aangehaakt. In de gebieden worden naast de bestaande monitoring en meetnetwerken, slimme metingen uitgevoerd om meer zicht te krijgen op de relatie van de boer met de omgevingskwaliteit. Ook worden de instrumenten (KLW, BM) getoetst en wordt het gebruik in de praktijk aangescherpt.
  6. Met en vanuit de gebieden wordt een plan van aanpak geformuleerd hoe doelsturing i.p.v. middelvoorschriften kan gaan werken. Het formuleren van integrale doelen gebaseerd op publieke waarden verkleint het risico op deeloplossingen. Deze doelen dienen als kaders waarbinnen volledige ontwikkeling mogelijk is. In aansluiting op de Sustainable Development Goals (SDG’s) zoals door de VN geformuleerd, gaat het bij het gezamenlijke doel om integrale waarborging van voor de mens belangrijke waarden aangeduid onder de drie P’s: People, Profit en Planet. Wij stellen voor om voor de Planet-waarden doelen te formuleren en die integraal te hanteren als randvoorwaarden voor ontwikkeling naar die doelen. Het gaat dan om een gezonde bodem in een aantrekkelijk en robuust landschap waar landbouw wordt uitgevoerd voor gezond voedsel zonder belasting van lucht, water, klimaat, natuur en biodiversiteit, ofwel binnen de gewenste kwaliteit van ecosysteemdiensten. In deze gebieden zal gewerkt worden aan:
    a. nieuwe GLB en vergroening (denk hier aan het lopende experiment in Sleeswijk Holstein, waar een deel van de hectarepremies gedifferentieerd wordt uitgekeerd op basis van indicatoren voor ecosysteemdiensten)
    b. koppeling prestaties met bijvoorbeeld waterschap(-slasten) (mooi voorbeeld is het project Wasserschutzbrot in Hessen)
    c. knelpunten in ruimte in wet- en regelgeving
    d. nieuwe stimulansen en andere verdienmodellen voor kringloopboeren;
    Er wordt aangesloten bij de integrale doelen geformuleerd in de visie van LNV t.a.v. voedselkwaliteit en kwaliteit van bodem, water, landschap en ecosysteemdiensten. De boeren maken zich sterk voor het halen van deze doelen in de betreffende gebieden. Binnen het programma worden concrete mechanismen ontwikkeld die sturing naar kringlooplandbouw mogelijk moeten maken. Er wordt expliciet gezocht naar mogelijkheden hoe doelsturing in de praktijk mogelijk is en wat er voor nodig is vanuit regelgeving en handhaving. Analyse van de resultaten. Aan welke knoppen kan succesvol gedraaid worden om kringlooplandbouw te gaan realiseren? Hierbij kan gedacht worden aan enerzijds een beleidsmodel waar ambtenaren onder invoering van gebied specifieke parameters en doelen beleidsopties worden beoordeeld op verwachte effectiviteit, en anderzijds een eenvoudiger dashboard voor boeren om voor hun eigen onderneming aan voor hen relevante knoppen kunnen draaien om integraal het effect op gestelde doelen en financiële beloning te kunnen verkennen.
  7. In de praktijk is er conflicterende beleid of wordt dat als zodanig ervaren door praktiserende kringloopboeren. Daarom is het essentieel in dit programma het beleid te evalueren en toetsen. Mogelijk dat hier ook opties voor nieuw, meer integraal beleid uit voort kan komen.
  8. Samen met partijen uit de Agro-keten ontwikkelen en verder verkennen van verschillende verdienmodellen voor waardering uit de markt.
  9. Het verkennen hoe een stimulerings- of risicofonds er uit kan zien en kan worden ingezet voor opschaling van kringloopmaatregelen en om ontwikkeling of omschakeling naar kringlooplandbouw mogelijk te maken;
  10. Het organiseren van een serie bijeenkomsten, tafels, gericht op overheden om een integraal landbouw en voedselbeleid vorm en inhoud te gaan geven, gebaseerd op maatschappelijke doelen i.p.v. op middelen. Vandaaruit ook aanbevelingen formuleren voor de vergroening van het GLB en de rol van certificering;
  11. Het organiseren van een serie bijeenkomsten, tafels, gericht op de landbouwsector en de agribusiness met onderwerpen als – succesvol samenwerking akkerbouw – melkvee, betere mest maken, duurzaam bodembeheer, verlagen footprint, gezondere koeien, gezonder voedsel, etc
  12. Het verder ontwikkelen en beter ontsluiten van de kennis rondom kringlooplandbouw, toegesneden op specifieke bedrijfssituaties en sectoren. En deze geschikt maken voor kennisverspreiding. Het maken van materialen voor kennisverspreiding als bijvoorbeeld ook een vervolg op de film “winst met kringlooplandbouw” enz enz
  13. Het ontwikkelen en opzetten van een trainings- en onderwijsprogramma optuigen voor de brede praktijk, o.a. via en met de AOC’s en HBO-opleidingen. (een apart lectoraat Kringlooplandbouw, voor zover het er nog niet is, zou helpen.)