Meten = Weten & Precisiekringlooplandbouw

Binnen het thema meten = weten is de relatie gelegd tussen graslandopbrengsten op bedrijfsniveau (kringloopwijzer) en opbrengsten op perceelsniveau (opbrengstmetingen) resultaten. Hiervoor zijn verschillende precisielandbouw technieken gebruikt en vergeleken. Vervolgens is ook de relatie gelegd met de bemesting en daarmee is benutting van stikstof en fosfaat berekend.

Proefopzet

De pilot is uitgevoerd op twee verschillende bedrijven binnen het project. Op bedrijf 1 is de grasopbrengst gemeten met grashoogtemeters, door wegen op de weegbrug en door kuilopmetingen per snede. Op bedrijf 2 is de graslandopbrengst gemeten met een grashoogtemeter, met een hakselaar met NIRS sensor en wegen op een weegbrug. De bemestingsgegevens zijn hieraan gekoppeld om de benutting van stikstof en fosfaat te bepalen.

Resultaten Bedrijf 1

Uit de metingen komt een gemiddelde jaaropbrengst van 10.800 – 11.300 kg ds per hectare. De spreiding tussen percelen is echter groot, tot  +/- 5.000 kg ds per ha. De betere percelen halen een opbrengst van 13.500 kg ds per ha. Het is in een vervolgonderzoek interessant om vervolgens te kijken wat hier de succesfactoren van zijn: Bodem? Grasbestand? Grondwater? Voor nu is er niet gedetailleerd naar gekeken maar beschikbaarheid van vocht en geschiedenis van het perceel (wel/geen bouwland vooraf) bepalen voor een groot deel de opbrengst op dit bedrijf.
Gewogen en gemeten waarden vaak dicht bij elkaar maar de kuilopmetingen geven een wisselend beeld. Het is de vraag of deze kuilopmetingen een betrouwbaar beeld geven aangezien het erg lastig blijkt om het volume en de dichtheid te bepalen. Een jaar eerder heeft deze veehouder bijvoorbeeld de exacte gevoerde hoeveelheden vergeleken met de kuilopmetingen. Hier kwam bij een maiskuil een afwijking van 30% naar voren. Er zat 30% minder droge stof aan mais in de kuil dan door de kuilopmeting bepaald. Dit pleit voor het meten van opbrengsten tijdens het inkuilen.

Resultaten bedrijf 2

 

Op het tweede bedrijf zijn dezelfde methoden van meten toegepast als op het eerste bedrijf. Ook hier kwamen grote verschillen tussen percelen naar boven. Perceel 1 t/m 10 zijn een groot perceel wat voor weiden wordt opgedeeld in kleinere kavels. Hierdoor registreert de loonwerker het als 1 perceel en laat de grashoogtemeter meer verschillende waarden zien. dit geeft wel aan dat er binnen het grote perceel verschillen in opbrengst waar te nemen zijn. Ook geeft de grashoogtemeter structureel minder opbrengst weer. Dit is mogelijk te verklaren doordat het gras meer plat gaan liggen en  daardoor de hoeveelheid structureel onderschat wordt.

Zoals in de grafieken te zien is, is de stikstofbemesting voor de eerste snede bij alle percelen gelijk met 140 kg N per ha. Bij perceel 1 t/m 11 wordt meer stikstof onttrokken dan er is bemest, bij de overige percelen wordt minder onttrokken en blijft dus stikstof beschikbaar voor de latere snedes.

Tips en adviezen

Uit de pilot meten=weten en precisielandbouw zijn een aantal praktische tips en adviezen voortgekomen:

  • Te zien is dat de eerste 2 snedes van het jaar voor 70% van de jaaropbrengst zorgen. Dit betekend dat een correcte bemesting van deze snedes essentieel is voor een optimale voerkwaliteit in de winter.
  • Om de opbrengst van percelen goed in kaart te brengen is een gedisciplineerde aanpak nodig. De veehouder dient een goed registratiesysteem te gebruiken (op papier of digitaal) en dit ook consequent bij te houden. Achteraf registeren is namelijk niet meer mogelijk.
  • Door meerdere meetmethoden te combineren wordt de betrouwbaarheid hoger. Met name het wegen op de weegbrug en gebruik van sensoren kan dit verhogen. Grovere inschattingen als kuilopmetingen blijken minder betrouwbaar. De grashoogtemeter is ook minder betrouwbaar voor maaisneden. In dit geval is het wel goed om regelmatig monsters te nemen van (vers) gras zodat het droge stof- en eiwitgehalte nauwkeurig worden bepaald.
  • Door de bemesting tegen de opbrengst af te zetten kan de bemesting van latere snedes beter worden gestuurd. Er is namelijk een beter beeld van de verbruikte stikstof en fosfaat. Ook kan de verdeling van mest over de percelen worden aangepast aan de onttrekking die elk perceel realiseert.
  • Meten van opbrengsten geeft handvaten om opbrengsten gericht te verhogen. Zo wordt bijvoorbeeld inzichtelijk welk bouwplan lagere of juist hogere opbrengsten geeft. Ook kunnen minder presterende percelen nauwkeuriger worden bekeken om bijvoorbeeld de bodemkwaliteit te verhogen.
  • Uit de proef kwam duidelijk naar voren dat oud grasland beduidend beter presteerde dan nieuw grasland.
  • Het nemen van versgras monsters geeft ook al veel inzicht zonder het bepalen van de volledige opbrengst. Het laat zien hoeveel eiwit er actueel beschikbaar is en hoe de stalvoedering dus kan worden bijgestuurd.