Over kringlooplandbouw

“Kringlooplandbouw is het optimaliseren van de productie met zo selectief mogelijk gebruikmaken van externe inputs, realisatie van inkomen over lange termijn en met respect voor natuurlijke systemen” (Stuiver & Verhoeven, 2010)

Onderzoeker Dr. Jaap van Bruchem ontdekte eind jaren negentig het belang van het sluiten van de kringloop voor een gezonde melkveehouderij. Dit gebeurde op de AP Minderhoudhoeve en de Ossekampen, twee voormalige proefboerderijen van Wageningen Universiteit. Jaap wist daar met structuurrijke en eiwitarme rantsoenen een  bovengemiddelde stikstofefficiëntie te realiseren en de koeien een betere kwaliteit mest te laten produceren. Hij ontdekte hoe de verliezen in de kringloop tot een minimum beperkt konden worden en de bodem weer ging leven.

In 1998 publiceerde Jaap van Bruchem en Frank Verhoeven voor het eerst over Kringlooplandbouw in Veeteelt op basis van onderzoek bij 60 melkveebedrijven in de Noordelijke Friese Wouden. De oplossing moest vooral gezocht worden in het verbeteren van de bodembenutting. Inmiddels is kringlooplandbouw een begrip geworden in de landbouwpraktijk en wetenschap. Het is uitgebreid onderzocht en beschreven door o.a. Prof. Jan Douwe van der Ploeg en heeft ook geresulteerd in meerdere promotieonderzoeken. In diezelfde periode is veel meer gebeurt, zie bijvoorbeeld het bedrijfssysteemonderzoek wat op en rondom proefboerderij De Marke heeft plaatsgevonden (o.a. het werk van Frans Aarts) en wat daar nog steeds plaatsvindt. In 2010 heeft CLM op verzoek van het Ministerie een rapport over kringlooplandbouw gepubliceerd (deel 1) als ook de mogelijkheden om kringloopbedrijven te certificeren (deel 2).

Er is veel bereikt in 20 jaar kringlooplandbouw. De kunstmestgift is gedaald van meer dan 400 kilo zuivere stikstof naar minder dan 150 kilo per hectare, de overmaat aan stikstof in de rantsoenen (uitgedrukt in ureum) is gehalveerd en de stikstof- en fosfaatbodemoverschotten zijn fors gedaald. Ook wordt er al sinds 2012 gewerkt aan een score instrument wat de kringloop op een melkveebedrijf eenduidig en wetenschappelijk verantwoord beschrijft: De KringloopWijzer. Kringlooplandbouw is daarmee van “marge naar mainstream” gegaan, beschreven ‘In de publicatie “van Marge naar Mainstream” uit 2014‘. We onderscheiden 4 pijlers van kringlooplandbouw:

1. Kringlooplandbouw = zorg voor vitale bodem en kwaliteit van de leefomgeving
Het intensieve grondgebruik
 door de landbouw kan onder andere leiden tot afname van de bodemkwaliteit, zoals verarming van het bodemleven. Verder 
wordt de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater in Nederland
op veel plaatsen bedreigd door uitspoeling en afspoeling van stikstof en fosfaat die
wordt toegediend via kunstmest
 en dierlijke mest. Daarnaast leidt de uitstoot van de stikstofgassen ammoniak en lachgas (een broeikasgas) tot effecten op natuur en tot klimaatverandering. De intensivering in de landbouw vormt derhalve een bedreiging voor landschap, natuur en biodiversiteit, en milieukwaliteit. Een belangrijke opgave voor de huidige landbouw is om de bedreigingen die samenhangen met de negatieve effecten van intensivering het hoofd te bieden. Ze is voor haar eigen voortbestaan afhankelijk van een gezonde, vitale bodem, van een gewaardeerde maatschappelijke inbedding en van de zorg voor kwaliteit van de leefomgeving.

2. Kringlooplandbouw = werken aan verlaging van regionale emissies
De Nederlandse overheid is verplicht EU-milieuafspraken, waaronder de Nitraatrichtlijn (NR), de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Vogel en Habitatrichtlijn (VHR), nationale emissieplafonds (NEC- richtlijn), en het Kyoto-protocol
(KP) om te zetten in passende beleidsvoornemens en bijbehorende maatregelen. Kringlooplandbouw is een zeer kansrijk spoor om de genoemde doelstellingen te behalen omdat het beter sluiten van de N
 en P kringloop direct een afname van emissies naar lucht en water tot gevolg heeft. Om deze reden wordt in een aantal provincies actief beleid gevoerd op het bevorderen van kringlooplandbouw.

3. Kringlooplandbouw = zorgen voor sluiten fosfaatkringloop
Fosfaat is een onmisbaar element voor het leven op aarde. Alle planten, mensen en dieren hebben fosfaat nodig. De voorraden zijn echter beperkt en eindig, Marokko en China hebben samen 70% van alle voorraden. In Europa importeren we fosfaat
in de vorm van kunstmest en veevoer, vooral soja. Door het mestoverschot en de vermesting 
van het oppervlaktewater door rioolwater is fosfaat jarenlang gezien als afval in plaats van waardevolle grondstof. In Nederland hebben we de landbouwgronden in de afgelopen decennia sterk verrijkt
met fosfaat, door meer te bemesten dan we er via geoogste producten afhalen. Berekeningen laten zien
 dat over 50-70 jaar gemakkelijk winbaar fosfaat schaars wordt.
De P bemestingsnormen gaan dan ook in de richting van P opname (evenwichtsbemesting). 
Dit vereist echter wel het beter 
sluiten van de fosfaatkringloop om opbrengstreductie te voorkomen.
Die aanpak is tevens één van de oplossingsrichtingen om de dreigende tekorten aan beschikbaar fosfaat op lange termijn te voorkomen.

4. Kringlooplandbouw = reduceren van internationale afhankelijkheid
Het mestoverschot als gevolg van de intensieve veehouderij in Nederland, met de bijbehorende negatieve effecten op de kwaliteit van lucht, bodem en water en afname van de biodiversiteit komt met name door de verstoring van de kringloop van stikstof en fosfaat. Dat komt onder andere door de import van enorme hoeveelheden soja (circa 15% van het veevoer) uit de tropen, met name Brazilië, ten behoeve van de veeteelt in Nederland. Nederland is de grootste soja-importeur in 
de Europese Unie en de op één na grootste ter wereld. Daardoor wordt op die plekken de grond verarmd terwijl in Nederland stikstof en fosfaatoverschotten ontstaan. Het overgrote deel van de import van soja is verder afkomstig van grootschalige plantages in Zuid- Amerika en bij de aanleg hiervan gaat jaarlijks een groot gebied natuur verloren. Kringlooplandbouw biedt de mogelijkheid deze zogenaamde off-farm effecten te reduceren. Door het versterken van de kringloop op het eigen bedrijf kan afhankelijkheid van inputs van buitenaf worden verminderd.